Voeding, verzorging, gewenning


Voeding

Een volwassen Border Terriër eet tweemaal per dag en krijgt enkele “snacks” of beloningen tussendoor. Ideaal is een afwisseling van enkele dagen (3-5) achtereen droogvoer (brokjes) en enkele dagen (ook 3-5) natvoer (dit is vers vlees uit de diepvries). Deze soorten mogen niet per dag of tussen ochtend en avond gewisseld worden omdat de vertering wezenlijk verschilt. Er moet tenminste acht uur pauze zitten tussen het wisselen van droogvoer en natvoer. U kunt dit afstemmen op uw weekritme, vakantiereis en dergelijke, naar gelang het u het beste past.

Voor Borders wordt een glutenvrij dieet aanbevolen. Dit heeft te maken met de veronderstelling dat gluten een mogelijke oorzaak zijn van de soms voorkomende “Spikes Disease” ofwel CECS. Het vermijden van gluten in de voeding zou deze ziekte kunnen voorkomen. Alle voeding die hierna genoemd wordt is op dit principe afgestemd.

Emma weegt circa 7,4 – 7,5 kg en krijgt onder normale omstandigheden twee maal daags 45 gram droogvoer of 70 gram natvoer. De hoeveelheid hangt af van het gewicht en formaat van de hond en de mate van activiteit. Ook is er wel wat verschil tussen reuen en teefjes. Uiteraard staat er altijd voldoende vers water klaar. Het is van belang om goed op mogelijk overgewicht te letten. Bij een Border zie je bij een goed gewicht een mooie taille net voor het bekken en zijn de ribben goed te voelen door met vlakke handen over de zijromp te strijken (daarbij moet slechts een dun velletje worden gevoeld). Laat de hond eten staan of eet hij met enige tegenzin dan is er waarschijnlijk sprake van teveel. Dan kan een half dagje vasten en wat minder eten geven heel goed werken.

Het is echt belangrijk om altijd precies af te wegen. Baasjes zijn lang niet altijd objectief bezig en geven snel teveel. De hond is van nature een schrokop en zal lekker dooreten als er ongelimiteerd eten beschikbaar is. Is de hond te dik geworden dan is het belangrijk om over een langere periode 5 tot 10% te minderen (ook de tussendoortjes) en te kijken wat het effect is. Zo vindt u vanzelf de juiste balans. De hond moet altijd flinke eetlust hebben wanneer hij eten krijgt.

De tussendoortjes zijn beperkt tot een dagelijks stukje droge pens (goed voor de tanden en mondhygiëne) en enkele beloningen. Aangeraden wordt om consequent te zijn en nooit iets van de eigen tafel te eten te geven. Het beste is om het tijdstip van eten voor de hond niet (onbewust) te relateren aan dat van uzelf. Zo houdt u een rustige hond wanneer u zelf gaat eten. Ook al toont de hond soms belangstelling voor uw eten, hij zal uw consequente houding steeds snel begrijpen. Dit geldt ook voor de koffie of borrel. Er is dan gewoon niets te halen voor de hond.

Voeding pup

De pup komt bij u wonen in een stadium dat er nog vier (en soms nog wel vijf) maal per dag voeding wordt gegeven, steeds met circa vier uur tussentijd (bijvoorbeeld om 7, 11, 15 en 19 uur). Dit duurt totdat de pup circa vier maanden oud is. Daarna kan worden overgegaan op drie maaltijden per dag (met een wat langere tussentijd) en vanaf 6 à 9 maanden twee maal per dag, ‘s ochtends en ‘s avonds.

De pup eet enkele dagen droogvoer afgewisseld met enkele dagen natvoer. De hoeveelheid vermindert geleidelijk naarmate de pup volgroeid raakt, maar ligt aanvankelijk hoger dan voor een volwassen hond. Een globale richtlijn is ongeveer 4 keer 25 – 30 gram droogvoer of 4 keer 35 – 45 gram versvlees voer. Het verschilt per individueel hondje en moet zich in de praktijk uitwijzen. Geadviseerd wordt om precies te noteren wat u per tijdseenheid geeft, zodat er geen vergissingen ontstaan en u gemakkelijk de hoeveelheid kunt bijsturen. Wanneer u overschakelt op een maaltijd minder per dag, verdeelt u gewoon de zelfde hoeveelheid over het aantal maaltijden. Vanaf een leeftijd van 12 tot 16 maanden krijgt de hond ongeveer de aangegeven volwassen hoeveelheid.

Soorten voeding

De droge brokjes zijn van het merk Orijen Puppy (oranjegeel etiket), biologisch geproduceerd in Canada. Via internet te bestellen bij ZooPlus of VanNoord. Zie voor adressen de pagina Links. Vanaf 6 maanden mag het puppy brokje worden vervangen door Orijen Adult, eerst Chicken (blauw etiket) en later mag ook als afwisseling Regional Red (bruin etiket) worden geprobeerd. Het voer is echt van de allerbeste kwaliteit, vergelijkt u de beschrijvingen op internet eens met andere soorten.

Voor het versvlees raden we Carnibest Hond Natuurvoer aan. Dit is diepvries te koop in dierenspeciaalzaken of bij Intratuin. Ontdooien in de koelkast en dan is het nog een aantal dagen houdbaar. Ook Rodi Complete Rund & Hart of Smuldier Vlees Kompleet (bij AH) zijn goed. BARF laat Emma echter staan…

Onderweg of op vakantie geven we Rodi worst Duck and Rabbit in plaats van Carnibest. Dit is verpakt een lang houdbaar product.

Alle genoemde producten zijn glutenvrij. Let hier goed op indien u alternatieven overweegt. Gaat de hond over op een ander voer, went u hem dan geleidelijk hieraan. En verder raden wij aan: blikvoer gewoon niet doen. Zelf vlees van de slager geven, hoe goed bedoeld ook, is geen compleet voer voor de hond. De hond mist dan allerlei noodzakelijke vitamines, mineralen, calcium en dergelijke.

Wie graag meer leest over verantwoorde voeding kan terecht in het Handboek Kynologische Kennis 1 van de Raad van Beheer, hoofdstuk Voedingsleer.

Tussendoor of bij de cursussen zijn de FarmFood trainers (stukjes gedroogd hart) een succes.

Ook Rocco Chings, reepjes gedroogde kippenborst of eendenborst (bij ZooPlus), zijn geliefd.

Of ter afwisseling van Dokas (bij ZooPlus) de kleine visjes omwikkeld met kippenborst.

En natuurlijk de gedroogde runderpens van goede kwaliteit.

Voor de tanden is een Farm Food Antler (hertengewei) geweldig.

Het is beter om geen kluiven of kauwstaafjes van geperste huid geven en nooit kippenbotjes die gemakkelijk kunnen versplinteren en inwendig schade veroorzaken. Ook oppassen voor alles wat giftig is voor de hond, zoals chocolade, rozijnen, pilletjes, sommige kamerplanten en sigarettenpeuken enzovoort. Elke hond heeft een natuurlijke neiging om de straat af te speuren naar eetbare restjes, maar het eten daarvan moet worden vermeden.


Vachtverzorging

Een Border Terriër heeft een dubbele vacht. De bovenvacht heeft lang stug haar en wordt een aantal keren per jaar geplukt wanneer deze plukrijp is. De bovenvacht heeft een beschermende functie tegen weersinvloeden en beschadigingen. De ondervacht is dik en zacht en fungeert als isolatie. De snor- en snuitharen hebben een waarnemende functie als tastzintuig.

De vacht wordt regelmatig geborsteld en daarna doorgekamd. Hiervoor gebruiken we een zachte rubberborstel, een goede kam met afgeronde tanden van roestvrijstaal (die bij voorkeur ronddraaiend zijn ingezet) en een Furminator die loszittend haar verwijdert. Vanzelfsprekend heeft de pup nog een zeer fijn vachtje waar voorzichtig mee moet worden omgegaan. Het is wel belangrijk om van jongs af aan de hond vertrouwd te maken met de aanraking en handelingen, het liefst op een speelse manier.

Het plukken van de bovenvacht is een kunstje dat eenvoudig is aan te leren en u doet de hond beslist een plezier als u het plukken zelf doet. Het grote voordeel is dat het plukken dan geleidelijk gebeurt naarmate de vacht rijpt (en dat is goed te zien en te voelen). Wat nog niet plukrijp is blijft gewoon nog even zitten en komt later aan bod. Zo blijft de behandeling volstrekt pijnloos en zal de hond zich niet verzetten. Emma vindt het zelfs heerlijk om op tafel te mogen voor haar borstelbeurt en staat het plukken altijd toe. De NBTC geeft ook workshops om het u te leren. Het is een leuke manier om met de hond bezig te zijn en u krijgt er vanzelf handigheid (en voldoening) in.

Geknipt of geschoren wordt er niet omdat de vacht zich dan niet goed vernieuwd. Alleen de buikhaartjes zijn soms te gevoelig om te plukken en ook rond de teentjes; dan kan een fijne schaar worden gebruikt. Aan de snuit- en snorharen wordt niet geplukt en op het hoofd slechts een beetje. De oren worden wel voorzichtig geplukt, zowel buitenop als binnen en onder het oor.

Het nagelknippen moet soms worden meegenomen en dat vergt wel wat rust en vertrouwen van uw hond. Ook hier is een speelse aanpak de beste methode. Dat kan tijdens de borstelsessies worden gedaan of gewoon een keer als de hond rustig bij u ligt op de bank. Niet alles tegelijk als de hond het niet leuk vindt. Op een zeker moment is de hond eraan gewend geraakt en gaat het makkelijker.

Ook tandjes bekijken is iets wat vroeg geoefend moet worden. Het is zelfs mogelijk om te leren tandjes te poetsen of om tandsteen te verwijderen, al vergt dat veel geduld. Uiteraard gaat de pup nog tandjes wisselen en de vorming van het complete gebit is een mooi proces om te volgen.

Door al deze regelmatig verzorgende handelingen raakt de hond zeer vertrouwd met u en zal hij geen nare ervaringen in zijn geheugen opslaan. Het bezoek aan de dierenarts levert waarschijnlijk geen problemen op en ook is het gemakkelijk om de hond na te kijken op eventueel aanwezige teken, wondjes en dergelijke.

Verdere informatie vindt u in het eerdergenoemde boek KK1 van Raad van Beheer, hoofdstuk Verzorging.


Entingen

De entingen vinden plaats volgens het schema van de dierenarts, altijd voorafgegaan door het ontwormen een week eerder. De dierenarts geeft u hierover alle informatie en ook staat het genoteerd in het dierenpaspoort dat bij de hond hoort. De pups worden na de geboorte ontwormt bij 2, 4, 6 en 8 weken en krijgen hun puppy-enting. Deze enting geeft een gedeeltelijke en tijdelijke bescherming. Op de leeftijd van 9  weken en  bij 12-13 weken wordt nogmaals een enting gegeven. Daarna is de pup voldoende beschermd tegen de meest voorkomende besmettelijke ziektes (tot die tijd dus uitkijken met andere honden; niet elke hond is afdoende geënt). Daarna jaarlijks de enting herhalen *. Gaat de hond mee naar het buitenland dan is ook een Rabiës-enting verplicht. Deze kan om de 3 jaar worden herhaald. Overleg dit tijdig met de dierenarts.

*  Er bestaan ook nieuwe inzichten over “enten op maat”, die zich baseren op het gegeven dat overenten schadelijk kan zijn en opgebouwde antistoffen veel langer werkzaam blijven dan een jaar. Door een titerbepaling van een druppel bloed kan worden vastgesteld of de hond na een eerdere enting nog voldoende beschermd is. Het resultaat kan zijn dat de jaarlijkse cocktail veel minder frequent wordt toegediend, bijvoorbeeld om de 3 – 5 jaar. Overleg dit desgewenst met de dierenarts. Enting tegen Kennelhoest en Ziekte van Weil blijft echter jaarlijks nodig!

De pups worden tot 6 maanden elke twee maanden ontwormt, daarna tenminste twee keer per jaar. Een goed middel is Milbemax. Na het ontwormen is enkele dagen versvlees voeding goed om de darmflora weer te herstellen.


Gewenning, opvoeding en zindelijkheid

En dan is het zover dat de pup mag vertrekken naar zijn nieuwe thuis! Dat is natuurlijk een hele stap en bedenk wel dat de pup in een heel belangrijke fase van zijn leventje is. De socialisatie en gewenning zijn in volle gang. De pup leert snel en slaat alle ervaringen op in het geheugen, positief en negatief. Het eerste ritje mee in de auto is al een heel avontuur. Het beste is om de pup nog bij u op schoot te houden en gerust te stellen; hij valt dan waarschijnlijk in slaap.

Natuurlijk mist de pup zijn nestje, zijn moeder, zijn broertjes en zusjes en kan hij dat laten blijken door te piepen of te janken. De een heeft het wat moeilijker dan de ander. Uiteraard moet de pup veel aandacht krijgen, geknuffeld worden en veel spel en afleiding hebben. Het vertrouwen in de baas moet groeien. Ga heel bewust om met (negatieve) reacties op zijn gedrag of gepiep; deze werken het ongewenste gedrag juist in de hand. Negatieve aandacht (bijvoorbeeld boos toespreken) is ook aandacht en dus een beloning. Ongewenst gedrag moet consequent worden genegeerd, de pup leert dan dat hij daarmee geen succes heeft. Alles wat gewenst gedrag is mag worden beloond.

De pup krijgt van begin af aan zijn eigen plaats in huis, een mand of bench waarin hij zich veilig en geborgen kan voelen. Hij zal het snel begrijpen als zijn eigen plek, maar bedenk wel dat hij nooit voor straf de bench in moet. Als de pup aanstalten maakt te gaan slapen dan is het prima om hem naar zijn eigen plek te brengen. Na een paar dagen gaat hij zelf naar de plek waar hij zich veilig voelt. De pup moet na enkele weken gaan leren dat hij soms alleen is en dat wordt langzaam opgebouwd. Ook alleen blijft hij op zijn eigen veilige plek. Het beste is om te starten met maximaal een kwartiertje als hij al een beetje moe is. Piepen of janken wordt genegeerd. Als u terugkomt mag hij blij zijn en mag u hem belonen. Hij moet op u gaan vertrouwen: u komt altijd terug. Een pup mag nooit lang alleen blijven, dan moet u oppas regelen!

‘s Nachts kan de pup het beste in zijn mand of bench slapen, een kwestie van gewenning. Het zal goed gaan als hij lekker moe gespeeld is, maar het kan in het begin ook gepiep geven. De pup zal midden in de nacht of heel vroeg in de morgen wakker worden en is dan ook klaarwakker; hij heeft geen boodschap aan uw eigen ritme en vraagt om aandacht. Hij wil eten maar eerst gaan we even naar buiten (ook al heeft hij misschien de boel al bevuild). Blijft de pup veel nachtelijke onrust geven dan kunt u proberen of het beter werkt als hij bij u op de kamer slaapt. Eerst werken aan vertrouwen en de pup op zijn gemak stellen, zijn dan het belangrijkst.

Het is aan te raden om een vast tijdschema te bedenken voor eten en uitlaten, in het begin is dat frequent, dat inspeelt op de tijd waarop de pup wakker wordt, ook al is dat voor u ongewoon vroeg. De hond zal snel leren dat hij buiten plast als hij direct na het wakker worden naar buiten gaat. Zo leert hij ook snel de gewoonte om vlak voor het slapen gaan nog naar buiten te gaan. En overdag verdeelt u de dag in vaste tijdseenheden en neemt u hem mee naar buiten. De tijdseenheid kan langzaam worden vergroot en eenmaal zindelijk verandert het schema langzaam naar uw normale ritme. Gebeurt er tussendoor een plasje of poepje in huis, blijf dan rustig, negeer het, neem de hond mee naar buiten en ruim binnen de rommel op. Boos doen of straffen heeft geen enkele zin. Leert u de pup om op gras te plassen, dan kan het goed werken om op het balkon of terras een stukje tijdelijk gras aan te leggen, zodat u altijd dicht bij het gras bent. De pup moet leren dat hij naar het gras moet als hij aandrang voelt. Later kan hij het ophouden tot hij bij het gras gebracht wordt.

De wandelingen met een pup moeten niet te lang zijn. Pups kennen geen eigen grenzen en zijn nog kwetsbaar vanwege hun groei. Niets forceren is belangrijk. Tot een leeftijd van een jaar is een goede vuistregel om de tijd per wandeling te maximeren op 1 minuut per levensweek. Beter iets vaker wandelen dan te lang achtereen. Een trap lopen mag pas vanaf 10 maanden worden geoefend en wordt langzaam opgebouwd.
Ook vermijden we snelle bochten, veel of hoog springen of lang achter een bal aanrennen. Rustig lopen is veel beter dan hard rennen dus de pup gaat niet direct mee hardlopen of in het rulle zand. Het is wel belangrijk om de pup bij de wandelingen ruim tijd te gunnen om de wereld te verkennen en nieuwe indrukken op te doen, maar op een rustige manier. De socialisatie is in volle gang.

De opvoeding vergt duidelijkheid en consequentheid van alle baasjes in huis. U bepaalt wat wel en niet gewenst is en leert dat uw pup op een positieve manier. De pup zal alle huisgenoten en gasten uitproberen om zijn grenzen wat te verleggen, maar blijf consequent. De hond eet niet van tafel, is niet in uw buurt als u zelf eet. Hij mag wel of niet op de bank springen. Hij heeft zijn eigen speelgoed en leert dat hij van uw schoenen, sokken en sjawls afblijft. Enzovoort. Uiteraard gaat u met de pup op cursus / training om goed gedrag aan te leren. Voor een Terriër is dat onmisbaar en voor een goede socialisatie is het ook van groot belang.

Nog een belangrijk punt is uw gedrag bij onweer of vuurwerk. Bereid u en uw gezinsleden erop voor in die situaties gewoon door te gaan met wat u al doet. U geeft geen enkele aandacht aan het onweer of vuurwerk en u let ook niet op uw hond. Er is niets bijzonders en dat snapt de hond als hij op u let. Laat u uw eigen schrikreactie zien dan gaat de hond denken: er is iets aan de hand. Doet u het een keer fout, dan slaat de hond dat op en mogelijk hebben de hond en u daar zijn leventje lang last van hetgeen ernstige vormen kan aannemen. Afleren is in dit verband veel moeilijker dan aanleren, dat laatste is al met één foutje geregeld. Verstandig is het om dit goed in te studeren!

Er zijn vele webpagina’s met goede informatie over opvoeding van pups, bijvoorbeeld plusdierenklinieken.nl of puppyopvoeden.nl of www.houdenvanhonden.nl. Heel handig om eens iets terug te lezen als u het even niet meer weet. Ook bestaan er vele boeken op dit terrein, gewoon even op Google zoeken of in de bibliotheek.